Hubert Dewitte is docent landmeten, maar kreeg een burn-out op het einde van zijn loopbaan. Hij besloot zijn leven over een andere boeg te gooien. Hij kocht een vervallen boerderij in Lauwe en begon een nieuw leven als landbouwer. “Je hoeft geen jonge snuiter te zijn om nog aan een droom te beginnen.”
Het zou bloed, zweet en tranen kosten om mijn plan te doen lukken, maar ik moest en zou een biologische boerderij uit de grond stampen. Er werd vaak met mij gelachen omdat ik dat op mijn leeftijd nog wou doen. Een oude vervallen boerderij opstarten, niemand geloofde erin, maar ik ben er toch aan begonnen.
Ik kocht in 2004 een leegstaande boerderij. Ik liet er geen gras over groeien. Het eerste jaar plantte ik in mijn eentje pompoenen, zo’n honderd soorten. Met mijn lintje en mijn meter op het veld. Dat waren lange dagen.
De opstart verliep niet vlekkeloos. Ik had al eens een zware burn-out gehad toen ik nog docent was, en ging daardoor met vervroegd pensioen. Het was een moeilijke beslissing om te maken, maar ik ben blij dat ik ze hebt gemaakt.
Ik had stress, tot op het ongezonde toe. Daarbovenop kreeg ik een oogziekte. Voor ik het wist, belandde ik opnieuw in een burn-out. Ik sliep niet meer en had het voortdurend koud. “Je bent slecht bezig” zei mijn dokter. Financieel had ik het ook niet goed aangepakt. Ik was heel wankel begonnen aan mijn nieuwe avontuur.
Efficiëntie en hard werk is belangrijk. De gebraden kippen vliegen niet zomaar je mond binnen. Werken op een boerderij dat is hard werken. Boeren die elke dag klagen, die houden de job niet vol.
Onze boerderij is een echt familiebedrijf geworden. Ondertussen heeft mijn dochter de boerderij overgenomen met haar vriend. Ik hou me alleen nog bezig met het papierwerk. Ik ben nu eigenlijk voor de tweede keer op pensioen. (lacht)
Een biologische boerderij rendabel maken, is de grootste uitdaging. Inzetten op korte keten is daarom cruciaal voor een klein bedrijf. Groothandelaren willen stabiliteit en continue levering. Als klein landbouwbedrijf is dat onhaalbaar. Dat betekent niet dat een groot landbouwbedrijf niet kan inzetten op korte keten. Integendeel, korte keten draagt bij aan het verkleinen van de ecologische voetafdruk.
Ik heb altijd interesse gehad in biologische landbouw. Zelf ben ik nooit fan geweest van gewassen besproeien, maar in de tijd dat ik daarmee begon, was er nog niet zoveel over biopesticiden geweten. Ik heb zelf heel veel moeten proberen wat wel of niet werkte. De biologische landbouw heeft al een serieus parcours afgelegd.
Ik ben niet akkoord met de manier waarop de Europese subsidies verdeeld worden. Boeren krijgen subsidies op basis van de grootte van het bedrijf. Dat stimuleert eigenlijk alleen maar om groter en kapitalistischer te worden, maar de landbouw zou juist ecologischer moeten worden. De boeren die nu protesteren zitten in de greep van het groot kapitaal. Het is de industrie die de landbouw drijft. Daar moet er verandering in komen.
Vandaag de dag geef ik in mijn vrije tijd nog vaak gastcolleges in hogescholen doorheen West- en Oost-Vlaanderen. Op die manier deel ik mijn passie voor biologische landbouw met jongere generaties. Ik zeg tegen mijn studenten: durf de sprong te maken naar biologische landbouw, zelfs al gebeurt het in kleine stapjes. Het harde werk zal lonen.
Profiel: Hubert Dewitte – 73 jaar – docent Landmeten – kocht ’t Goed ter Heule
in 2004 – “Durf de sprong te wagen” –